Markus Lüpertz en zijn ‘dithyrambische’ schilderkunst

Regelmatig wordt in kunstbeschouwingen geschreven en gesproken over Apollinische en Dionysische opvattingen, verwijzend naar Nietzsche. Apollo, God van orde, schoonheid en harmonische rust, tegenover Dionysos, God van de geestdrift, wijn en de roes, van chaos. Ter illustratie: Mondriaan wordt geplaatst in het Apollinische kamp, Appel in het Dionysische.
De Duitse kunstenaar Markus Lüpertz (1941) schildert heftig expressionistisch en noemt zijn werk vanaf 1964 – en nog jaren daarna – ‘dithyrambisch’, naar dithyrambe, een loflied op Dionysos. Lüpertz schildert in die jaren abstracte beelden, zonder herkenbare of gezochte figuratie, in een stevig expressionistische beeldtaal. De expressieve kracht van het beeld als ode aan de geestdrift: ‘dithyrambisch’. Iedere duiding van het beeld laat Lüpertz voor rekening van de beschouwer; de schilder is vrij in zijn expressie, de beschouwer in de interpretatie.
Hij en enkele collega’s – Baselitz, Penck, Kiefer – worden in die jaren ‘Neue Wilde’ genoemd.
In 1977 toont Rudi Fuchs als directeur van het Eindhovense Van Abbemuseum het werk van Lüpertz voor het eerst in Nederland. Later volgen in Nederland nog tentoonstellingen in Museum Boymans en het Stedelijk Museum. Als curator van Documenta 7 (1982) presenteert Rudi Fuchs Lüpertz eveneens in Kassel. (Overigens was daar ook te zien het schilderij van Hans van Hoek, Rode kimono – Hast Thou understood, Gwendor).
In het begin van de jaren ‘80 kwam Erik Andriesse, via zijn broer Paul in contact met het werk van de Duitse kunstenaars Baselitz, Penck, Lüpertz en Immendorff. Hij verbleef regelmatig in het atelier van Penck op Schloss Lörsfeld en schilderde er zijn eerste zonnebloemen.
Twee karakteristieke gouaches van Markus Lüpertz uit zijn ‘dithyrambische’ periode flankeren de presentatie Steeds hetzelfde beweren.