In oktober 1960 wordt een van de meest opmerkelijke foto’s gemaakt uit de na-oorlogse kunstgeschiedenis: “The Leap into the Void”. De Kunstenaar Yves Klein springt van een dakgoot en lijkt te zweven in de ruimte. Yves Klein (1928-1962) wordt beschouwd als een van de belangrijkste kunstenaars van wat nu de ZERO-beweging heet. Behalve kunstenaar was Klein ook een actief en enthousiast – zwarte band, 4e dan- judoka. Hij verblijft in de jaren ’50 langere tijd in Japan en schrijft een boek over zijn favoriete sport:”Les Fondements du Judo”.

Bij mijn recente bezoek aan het atelier van Koen Vermeule, toont hij me een zeldzame eerste druk van dit handboek. Koen is eveneens een fervent judoka, 3e dan, hoopt volgend jaar Klein in graad te evenaren, en verdiept zich – als Yves Klein destijds – in de oorsprong van het judo, de ‘Kata’. Het boekje bevat (actie)foto’s met Yves Klein en zijn Japanse leermeester in honderden judo-posities. Het lijken – nee, het zijn - bevroren actiemomenten, soms verlucht met getekende schetsjes van houding en voetbeweging, welhaast als de choreografie van een dans. De actie, de beweging van een worp, bevroren in een foto tot een esthetische pose. In zijn essay over het werk van Koen Vermeule in High Above Ground, (Zwolle 2012), verwijst Cornel Bierens al naar deze relatie. Judo is, in fact, the discovery by the human body of a spiritual space. (Y.Klein, 1958).

In de tentoonstelling MIRROR ME zien we diverse schilderijen van Vermeule waarin één of meerdere figuren door de kunstenaar ‘verstild’ hun plaats hebben gekregen in een decor van een straat of een gebouw, landschap of plein. Vermeule is een precieze observateur. Hij kijkt, altijd op zoek naar een specifiek moment, een schaduw of een bijzondere houding van iemand. De figuranten in Vermeule’s schilderijen zijn hier geen fotografische verbeeldingen van een realistische situatie. Het zijn studies en observeringen van een kunstenaar voor wie “the discovery by the human body of a spiritual place” – om in termen van Klein te spreken – Leitmotief zijn. Zoals de judo-posities in het boekje, zijn de bewegingen bevroren, als in een filmstill. Er is een beweging aan vooraf gegaan en er komt er een na, maar op het (foto)moment zelf is er inertie.

Vermeule’s ontwikkeling is geen rechtlijnige, eerder een cyclische. Nieuwe onderwerpen dienen zich aan, oude komen soms terug. Hij gelooft in het Japanse Do: door de weg van verdieping tot beheersing en perfectie komen. Elementen uit het judo die hem gevormd hebben, komen terug in het werk: kracht, balans, elegantie, lichtheid, schoonheid. MIRROR ME is de titel van één van Koen Vermeule’s schilderijen in deze tentoonstelling. Mirror me toont wellicht nog meer de metafysische kant van zijn kunst: de verbeelding die uitstijgt boven de werkelijkheid en zich gedraagt als “The Leap into the Void”.

Paul van Rosmalen, oktober 2013