Op zondagochtend 1 maart belt Harm Visser op met de droeve mededeling dat zijn vader Carel die nacht is overleden. Harm vraagt ons om het nieuws bekend te maken. De telefoon heeft die dag niet meer stilgestaan. Journalisten van alle nieuws media vragen om inlichtingen en achtergrondinformatie. Het is groot nieuws. Zo belangrijk is de positie van één van Nederlands meest prominente na-oorlogse beeldhouwers.

Tien dagen ervoor vierden wij nog de feestelijke opening van Vissers' tentoonstelling "Counterbalance" in Londen bij onze collega The Mayor Gallery. Een zeer druk bezochte vernissage met veel prominenten uit de Britse kunstwereld. Daaronder ook Sir Nicolas Serota, directeur van de Tate, maar in 1978 de samensteller van Vissers' retrospectieve tentoonstelling in de Whitechapel Art Gallery en sinds die tijd steeds bevriend gebleven met de kunstenaar en zijn familie.

Nu het leven – en daarmee ook het oeuvre – van Carel Visser is voltooid, resteert bewondering voor de enorme scheppingsdrift van deze kunstenaar. Al in het begin van zijn artistieke carrière kiest Carel Visser voor een beeldtaal die nadrukkelijk afwijkt van de destijds gangbare – meest figuratieve – beeldhouwkunst van de vroege jaren '50.

Zijn vormentaal ontwikkelt zich in geometrisch-abstracte stijl met respect en waardering voor Mondriaan en Brancusi; zijn favoriete materiaal is ijzer, maar experimenteren blijft hij zijn hele leven lang met alle materialen die de natuur en de techniek hem kunnen leveren. Afgelopen zomer zochten wij hem nog op in Frankrijk. Zittend op zijn terras vertel ik hem van de plannen voor een tentoonstelling in Amsterdam en Londen. Ik zit recht voor hem en hij kijkt me strak, maar zeer geïnteresseerd aan. Verbale communicatie is niet meer heel gemakkelijk voor hem, maar hij luistert aandachtig om tenslotte zijn instemming met de plannen te geven met de simpele mededeling: "Mooi !"

Paul van Rosmalen