Het wordt echt heel mooi, romantisch, lyrisch en esthetisch. Ik ben niet meer bang voor esthetiek. (Ger van Elk)

Op het moment dat ik deze inleiding schrijf, legt Ger van Elk de laatste hand aan zijn jongste werk: As is as was – As was as is. De titel van dit werk had hij al een jaar geleden bedacht. De rijping van het idee is een tijdrovend proces voor een kunstenaar als Van Elk. En nu het zijn voltooiing nadert, krijgt het conceptuele idee zijn definitieve vorm. Al vanaf het begin stond vast dat hij foto-opnamen wilde maken op twee locaties, die daarna zullen dienen als expositieruimtes voor het resultaat. De eerste fotosessie had plaats in de achterzaal van Borzo aan de Keizersgracht; de tweede enkele maanden later bij Galerie Grimm in de Frans Halsstraat.

As is as was – As was as is, als zo vaak in het werk van Ger van Elk, gaat over afscheid, over komen en gaan, over in beeld komen en er weer uit verdwijnen. Op beide locaties liet Van Elk vrouwelijke modellen bewegen tussen een centraal punt in de ruimte en een kunstwerk op elke muur. In beeld komen en weer verdwijnen, van helder en scherp naar diffuus en vervagend, het gezicht toegewend dan weer afgewend.

Het wordt heel erg mooi, liefdevol, zegt hij, als je op een ander niveau kijkt zijn het net portretjes. As is as was – As was as is herbergt een heel kunstenaarsleven, zijn relatie met vrouwen en het weer afscheid (moeten) nemen….

Afscheid nemen, het is een rode draad door het oeuvre van Ger van Elk. Misschien is het wel mijn laatste werk, zegt hij met een mengeling aan gevoelens die, zoals altijd, heen en weer slingeren tussen verwondering en zwaarmoedigheid, tussen humor en nostalgie. Mijn voorlaatste serie schilderijen heten Conclusions.

Aan tafel bij ons vertel ik hem hoezeer ik houd van het late werk van grote kunstenaars, dus ook dat van hem. Het late werk van Mondriaan, van Matisse, Willem De Kooning zelfs en de ultieme, bijna zwarte doeken van Rothko. En dichter bij huis, de laatste, verstilde reliëfs van Jan Schoonhoven. Ook in de muziek zijn de mooiste composities ontstaan in het late oeuvre van Beethoven, Mahler en Richard Strauss. Niet meer de jongste experimenten verrassen, de ‘Sturm und Drang’, de onbevangenheid, de provocatie wellicht. In het late oeuvre van al deze kunstenaars stapelen zich deze eigenschappen op en resulteren ze in rust, uitgewogen balans en volmaakte zekerheid. Deze kwalificaties gelden nadrukkelijk ook voor Ger van Elk en zijn late werk.

Paul van Rosmalen, Amsterdam, juli 2012