Van alle ‘harde’ Nul-kunstenaars is Jan Henderikse nog steeds de meest inspirerende. In haar recensie van de expositie Nul=0 in het Stedelijk Museum Schiedam (NRC, 18.10.11, Rebellen van Nul nog altijd actueel) typeert Lucette ter Borg Jan Henderikse als meesterbricoleur.

Meesterbricoleur, je zou het kunnen vertalen als meesterknutselaar. ‘Bricolage’ is min of meer een begrip geworden in de Beeldende Kunst, dat verwijst naar de creatie van een kunstwerk door samenstelling en compositie van een veelheid aan objecten, spulletjes, prullaria, zo je wilt. Rauschenberg verwerkt in de jaren ’60 materialen uit de olie- en autoindustrie: ‘gluts’ noemde hij ze. Van Kienholz hopen we binnenkort in het Stedelijk Museum weer de ‘Beanery’ te kunnen zien, het uit ‘bricolages’ gecreëerde café-interieur. Arman, César, Tinguely, Mark Brusse, Tony Cragg. Allen verwerkten objecten, materialen, spullen, dingen, tot sculpturen of ‘schilderijen aan de wand’.

Jan Henderikse – meesterbricoleur. Henderikse neemt deze ere-titel graag aan en stelt voor om zijn tentoonstelling bij Borzo ook te betitelen als BRICOLAGES.

Henderikse is in 1960 mede-oprichter van de Nederlandse Nul-beweging, samen met Armando, Henk Peeters en Jan Schoonhoven. Nul op zijn beurt, maakte weer deel uit van een grotere Europese beweging met geestverwanten, vrienden vaak, zoals Uecker, Mack, Piene (Zero), Fontana, Manzoni en Yves Klein.

Een onpersoonlijk handschrift, de verwerping van het traditionele schilderij, het gebruik van allerhande materialen en het seriële karakter, vormen de rode draad, de trait d’union, tussen de diverse verwante kunstenaars in Duitsland, Italië, Frankrijk en Nederland.

Henderikse is zeer consequent en standvastig gebleven in de afgelopen 50 jaar. Na een korte periode, eind jaren ’50, informeel te hebben geschilderd, zweert hij in 1960 penseel en doek af en componeert, assembleert, ‘schildert’, vanaf de Nul-periode enkel nog met bestaande materialen. Munten- en kurkenreliëfs maakt hij, maar ook tableaux met gevonden voorwerpen en met in New Yorkse ‘cheap stores’ gekochte speelgoedjes, kitsch…

Deze waardeloze prullaria wordt in de handen van Henderikse kunst. Door de ordening die hij aanbrengt, door het ritme, de herhaling en het seriële karakter ontstaan ‘schilderijen’ die juist daardoor een zekere esthetiek bezitten. Henderikse verstopt geen politieke of maatschappij-kritische boodschappen in zijn reliëfs. Of het zou moeten zijn dat zelfs de meest ordinaire of banale produkten van de consumptie-maatschappij door manipulatie en ordening van de kunstenaar tot kunst worden verheven.

Vorig jaar verscheen bij Hatje Cantz de voortreffelijke monografie over Jan Henderikse, ‘Acheiropoita’ (niet door mensenhanden gemaakt). De tentoonstelling bij Borzo omvat werken van Henderikse van 1958 tot heden. Monografie en tentoonstelling tonen hoe bewonderenswaardig standvastig, consequent én actueel deze meesterbricoleur een indrukwekkend oeuvre heeft gecreëerd tot op de dag van vandaag.

Paul van Rosmalen, Amsterdam, april 2012