Roaming, letterlijk: rondzwerven, is een term uit de mobiele telefonie die het zoeken naar communicatie aangeeft buiten het gebruikelijke netwerk. Roaming is ook precies wat Koen Vermeule graag doet: met jonge ogen rondzwerven op zoek naar nieuwe indrukken en interpretaties. Voor Vermeule is roaming een levenshouding, of hij nu in het stedelijk landschap is van zijn woonplaats Amsterdam, onderweg in de auto op weg naar Spanje langs omgeploegde akkers die hij voorbij ziet flitsen aan zijn autoraam, of reizend door zijn geliefde Japan.

Tijdens zijn omzwervingen komt de kunstenaar beelden tegen die hem het vermoeden geven van een schilderij. Soms is het alleen maar een individu in een stadslandschap die bezig is met een Ipod of mobiele telefoon, een jonge man leest in ‘The Letter’, twee toeristen zitten ‘Bored’, op een stoeprand. Ze zijn in zichzelf gekeerd, zich haast onbewust van hun omgeving. Door verfbehandeling en textuur van het doek ontstaat er spanning binnen het schilderij. Een rulle, drukke ondergrond met twee verveelde meisjes voor een glanzende pui.

De invloed van de kunstgeschiedenis op het kijken is zichtbaar, zoals in het schilderij ‘Tokyo dreamer’. De jongen op een museumbankje lijkt in slaap te zijn gevallen in het theatrale licht van Georges de la Tour. Met het landschap ‘Scape’ laat Vermeule zijn fascinatie voor Japanse houtsnedes zien, waarin in één beeld zowel platheid als diepte wordt gesuggereerd.     

Ook in Amsterdam zijn er observaties op een doordeweekse dag, onderweg naar huis of kijkend uit het raam van zijn atelier. Op straat kaatst een jongen de bal tegen de muur, beneden, een paar huizen verderop hangt een vrouw de was op. Het zijn vluchtige ontmoetingen op straat die amper opvallen, waarnemingen van het gedrag van toevallige passanten. In een fractie van een seconde zijn ze weer weg en voorbij. Die bevroren momenten wil hij vasthouden en verlengen. Een film-still die nieuwsgierig maakt naar wat ervoor was en wat nog komt. 

Dan weer registreert Vermeule die eerste indrukken alleen in gedachten, dan weer legt hij beelden snel vast, als in een schets, met behulp van een kleine camera. Zo vindt hij het begin van zijn schilderijen. In zijn atelier is hij vervolgens de schilderend stadsantropoloog die dat menselijk gedrag in de metropool onderzoekt, herinterpreteert en herschept. De beweging in snapshots wordt bevroren en herkaderd. Het landschap wordt decor; de velden, stranden, pleinen, parken of trappen bij de metro worden door hem ontdaan van overbodige details. Zo isoleert hij de vluchtige ontmoeting en bouwt die om tot theatrale setting. Met tegenlicht freest hij de contouren van de anonieme hoofdpersonen, gezichten verborgen, afgewend of zonder veel details, blijven zo hun afstand houden. Daar raakt Vermeule aan de eenzaamheid van het hedendaagse stadsleven.

Het levert schilderijen op die zich op het netvlies vastzetten,  maar waarvan de betekenis open is, enigmatisch. In thematiek volgt de schilder een spoor waarin landschap en de menselijke figuur constanten zijn. Het kunnen elementen zijn die terugkeren, maar ook genres op zich. Vaak zelfs in onderlinge samenhang.

De schilderijen leven van contrasten, van een vervreemde of wonderlijke samenkomst van realiteiten. Zo komen hedendaagse vraagstukken zijn werk binnen; over globalisering, jeugdcultuur of het artificiële Nederlandse landschap. Koen Vermeule verhoudt zich tot deze onderwerpen vanuit betrokkenheid, zonder daarbij enige vorm van activisme te willen uitdragen. De beeldende kwaliteit en de raadselachtige en dubbelzinnige betekenis blijven voorop staan.

Antoinette de Jong