In 2009, bij zijn 80e verjaardag werd Waldemar Otto geëerd met een grote tentoonstelling in het Gerhard Marcks Haus in Bremen, das Bildhauermuseum im Norden. "Keine Retrospektive!" is de titel van de tentoonstelling en de daarbij verschenen catalogus, welke tevens een eerste aanzet is geworden tot Waldemar Otto’s ‘Werkverzeichnis’. Keine Retrospektive! geeft impliciet al aan dat het oeuvre van Waldemar Otto nog niet voltooid is; hij werkt nog dagelijks in zijn magistrale atelier in het Noordduitse Worpswede.

Waldemar Otto werkt graag volgens een thematische ordening, die resulteert in series. ‘Werkgruppen’ noemt hij die. Op deze wijze ontstaan Torsi, Mensch und Mass en Gewandfiguren. Thema’s uit de klassieke oudheid en mythologie keren regelmatig terug. Agamemnon und Iphigenie is zijn meest recente ‘Werkgruppe’.

Otto is een hartstochtelijk verdediger van de figuratieve beeldhouwkunst en hij zoekt daarin voortdurend de menselijke maat, zowel naar vorm als inhoud; in zijn oeuvre is geen plaats voor louter verhalende beeldhouwkunst. In de aankondiging van Otto’s laatste tentoonstelling bij Borzo in 2006, beschreef ik zijn beeldtaal, vorm en techniek als: “….de natuur zichtbaar in de abstractie van de vorm”.

“Ondeelbare kernbegrippen” noemt Arie Hartog, directeur van het Gerhard Marcks Museum in Bremen, Vorm en Figuur. Vorm benoemt hij in deze als een zekere abstractie, als een begrip dat eerst in handen van de beeldhouwer zijn inhoud krijgt en dan Figuur wordt. (Arie Hartog, Keine Retrospektive!, Bremen 2009, blz.65).

In de tentoonstelling FORM und FIGUR hebben wij in het atelier van Waldemar Otto een keuze gemaakt uit zijn oeuvre van de laatste 25 jaar.

Paul van Rosmalen, november 2011