Bij Piet Moget aan de Méditerranée

Aan de Méditerranée bij Port-la-Nouvelle woont en werkt Piet Moget, nu méér dan zestig jaar. Vele jaren al bezoeken wij hem iedere zomer. Schilderen aan de kade van Port-la-Nouvelle doet hij niet meer. De grote doeken op de zijkant van zijn camionette, die als schildersezel dienst deed, kan hij niet meer hanteren. Hij schildert nu dagelijks in zijn open atelier, verscholen in een bossage aan het strand, een paar kilometer buiten het stadje. Ze zijn zeldzaam: kunstenaars die een leven lang geboeid blijven door één thema. Bij Moget is dat de zee, of eigenlijk die streep aan de horizon. De zee hoeft hij niet rechtstreeks te zien. Hij schildert vanuit een laag standpunt, zittend in een weinig comfortabel campingstoeltje, de ezel voor hem in de laagste stand. Dáár waar de lucht het strand raakt, moet de zee zijn. Ze is slechts die dunne, nagenoeg onzichtbare lijn tussen land en lucht. Alles is atmosfeer.

We drinken koffie in Hotel Méditerranée, zoals hij dat iedere ochtend gewend is voordat hij aan het werk gaat. Hij is ouder geworden, loopt inmiddels wat moeilijk. We praten over het werk en over de aanstaande tentoonstelling in Amsterdam. Al die tijd echter blijft zijn blik gefixeerd op de zee, het strand en de lucht. “Zie je hoe mooi het licht vandaag is? Een beetje grijs, hollands bijna, maar wel veel meer licht”. Na zestig jaar is Piet Moget nog steeds niet uitgekeken. “Ik ga zo weer aan het werk”.

We bespreken de keuze voor de tentoonstelling, deze keer samen met Jan Andriesse en Jurriaan Molenaar. Jan Andriesse is vaker in Port-la-Nouvelle geweest en heeft ook al geëxposeerd in het LAC, het Lieu d’Art Contemporain in het nabijgelegen Sigean. Een groot en schitterend oud gebouw, ooit een cave coopérative, 25 jaar geleden door Piet gekocht en tot expositieruimte verbouwd. Prachtige en spraakmakende exposities heeft hij daar inmiddels gemaakt, samen met zijn dochter Layla. Geer van Velde, Roman Opalka, Robert Morris, Marlene Dumas om er slechts enkele te noemen. “Jan Andriesse, een heel goed artiest, één van de beste”, vertrouwt Piet me toe.

Bij Jan Andriesse aan de Amstel

Een paar weken daarvoor breng ik weer een bezoek aan Jan Andriesse. Zijn atelier, een woonboot aan de Amstel, ligt bezaaid met grote geografische kaarten. Op een bord geprikt een landkaart van de Indonesische Archipel, waar Andriesse in 1950 is geboren. Met punaises heeft Jan er een ketting over gehangen, die wonderwel de lijn volgt van deze ‘Gordel van Smaragd’. De wand tegenover een groot raam met zicht op het water is één groot ‘mood-board’: vol met teksten, knipsels, getekende lijnen en schetsen. Andriesse heeft een fascinatie voor de lijn. De hyperbool, de parabool, de kettinglijn, geografische lijnen op een landkaart. “Weet je dat de grenzen van de staat Wyoming in de USA niet natuurlijk zijn, maar geheel zijn vastgesteld naar hoogte- en breedtegraad ? ….en zie je dat kettinkje bij het puttertje van Fabritius? …..en in dat stilleven van die mysterieuze Torrentius in het Rijksmuseum?”

We hebben het over de architectonische ideëen van Gaúdi, die bij het ontwerpen van de Sagrada Família de principes van de kettinglijn hanteerde. De gulden snede en de wetten van Pythagoras en Kepler zijn hem zeer vertrouwd. Schilder, filosoof, mathematicus wellicht, maar vooral kunstenaar met een bijzonder gevoel voor schoonheid.

Aan de wand hangt een door hem geschilderde, replica van een Mondriaan. “Ik heb er nu vier gemaakt; alleen het geel varieert licht”. Aan de hand van een nauwkeurig getekend en uitgesneden sjabloon laat Jan me zien wat hem zo fascineert in deze Mondriaan. Indien op de juiste wijze afgeplakt en opengesneden, toont het door hem gemaakt sjabloon hoe Mondriaan de vier punten van het ruitvormige schilderij heeft bemeten en gecomponeerd.

Een zeer groot doek met een in talloze lagen atmosferisch wit beschilderd oppervlak - een soort wolkendek - heeft een denkbeeldige kettinglijn. Mysterieuze rode plakkertjes – het blijken de sluitingstapes van Van Nelle shag-pakjes te zijn – markeren de positie van die kettinglijn. Immers, cartografische lijnen zijn in werkelijkheid nooit zichtbaar.

Studie, onderzoek en analyse houden Andriesse dagelijks in hoge mate bezig. Dat dientengevolge slechts heel weinig schilderijen voltooid worden, is de consequentie. Schilderkunst vanuit een sterk conceptuele en intellectuele invalshoek, maar evenzeer vanuit een groot respect naar de oude meesters en hun opvattingen over licht, compositie en kleur.

Bij Jurriaan Molenaar in Weesp

Het atelier van Jurriaan Molenaar is zeer overzichtelijk, de wanden schoon en strak, zijn grote werktafel ordelijk. Op de grond staan honderden potjes met pigment, in deze sobere ‘architectuur-studio’ een bijna ongewone kleurenzee. Lijn, licht en ruimte bepalen het beeld in de schilderijen van Jurriaan Molenaar. Lege ruimtes bij voorkeur. Architectuur, meer nog: ruimte boeit hem, vooral op het platte vlak, het doek.

De wetten van het perspectief en de meetkunde beheerst deze ‘bèta-man’ tot in de kleinste details. Vensters in een muur, een zwembad, een open deur. Het lijken meetkundige proeven met de complicatie van diverse verdwijnpunten. Molenaar zoekt speling in de meetkunde, speling in het perspectief en de verdwijnpunten, echter zonder deze geweld aan te doen. Op het eerste gezicht zeer realistisch weergegeven, blijkt bij nader inzicht er toch een kleine torsie te zitten in de vorm van het zwembad en is de gezichtshoek van het venster in de muur bijna onwaarschijnlijk; speling in wat echt lijkt. Kleuren in de schilderijen van Molenaar zijn sober en monochroom. Om diepte of licht te suggereren maakt hij geen gebruik van toon- of kleurwisselingenen. Wel zijn de kleurvlakken met uiterste precisie aangebracht, bijzonder gevoelig ook: iedere penseelstreek is zichtbaar. En daar ligt voor de goede beschouwer ook de warmte, de poëzie.

Destijds nog maar net afgestudeerd aan de Amsterdamse Rijksacademie, krijgt Jurriaan Molenaar in 1996 zijn eerste tentoonstelling bij Art & Project en ontstaat ook de artistieke vriendschap met Jan Andriesse.

Bij Borzo in Amsterdam

Drie kunstenaars in een soort driehoeksverhouding met elkaar verbonden, niet alleen door persoonlijke banden, maar minstens evenzeer door thematische, inhoudelijke en intellectuele overeenkomsten. Dat moet er goed uitzien.

Paul van Rosmalen
‘in de Provence’
augustus 2015