Persian Garden
Onder deze titel presenteert Borzo recent werk van Marc Mulders: schilderijen, glasinstallaties en papiercoupé maskers. De verhuizing van Marc Mulders van de stad Tilburg naar de rust van het landgoed Baest heeft grote invloed op zijn werk. Onder de titel ‘Geheim Landschap’ (2010) is al een eerste verandering zichtbaar ten opzichte van de in het Tilburgse atelier ontstane doeken.

De poorten open
In het stadsatelier werden de bloemen binnengehaald om te dienen als motief voor het schilderij. Op De Baest is Mulders omgeven door bloemen, ze hoeven niet meer geplukt te worden en naar binnen gebracht, hij hoeft slechts de poorten van zijn atelier open te gooien om het motief aangereikt te krijgen. Wat blijft is de bloem, maar nu deel uitmakend van het veld, de weide, in een ‘Geheim Landschap’, zoals Mulders deze werkelijkheid ervaart in zijn nieuwe omgeving. Die omgeving blijft de kunstenaar uitdagen, zelfs zodanig dat de bloem lijkt te verdwijnen in zijn schilderijen. De bloemenweide wordt een bijna geometrisch vlak; het landschap een abstracte compositie.

Hij zegt er zelf over: De vroegere schilderijen met hun ‘all over’ geschilderde bloemen zijn ingewisseld voor meer abstracte doeken, die nog wel ‘bloemig’ ogen, maar niet meer de herkenbare bloem tonen. De bloem als object is als het ware opgelost in de mist, in nevel, in tegenlicht. Dat zijn ook allemaal sferen die ik doorkruis als ik hier op het landgoed in de natuur struin; het motief is niet meer vóór mij, maar rondom….

Zag ik vroeger de bloem als ‘het’ object, nu zie ik de bloem als een rekwisiet in een groter natuurdecor. En dat decor vraagt om een meer architectonische visie van het schilderen. Niet meer vanuit het centrum beginnen te schilderen en net voor de randen stoppen, alsof het doek maar één kamer behelst, maar nu omgekeerd vanuit de randen van het doek beginnen en de ruimte benutten, meerdere kamers creëren. Zo dirigeer ik de bloemenweide of de waterkant in een ‘Mondrianeske’ ordening van horizontalen: de waterspiegel, en de horizonlijnen – en van verticalen: de strohalm, de bloemenstengel, de bomenrij. Die architectuur in de natuur met al haar verschillende kamers, dauw, nevel, zonneschijn, tegenlicht, die ik hier op het landgoed Baest inloop. Dat is nu het leidmotief.

Veranderingen en inspiratoren
Aan de lange tafel in zijn boerderij spreken we over de veranderingen in zijn artistieke leven. Marc steekt zijn bewondering voor diverse collega-schilders niet onder stoelen of banken. ‘Inspiratoren’ noemt hij ze: Monet, De Kooning, Frankenthaler, Reinhardt, Marden, Ryman, Kelly, Grotjahn en recentelijk ook Arshile Gorky.

Weet je, zegt hij, dat Gorky aan het eind van zijn leven (eind 40er jaren) van New York naar Long Island verhuisde ? Die verhuizing lag mede aan de basis van de late wederopbloei van zijn kunst. Buiten de stad gaf Gorky zich over aan bovenzintuiglijk, sensueel genieten van de natuur. Gorky’s voorbeeld sterkte De Kooning’s besluit eveneens de stad te verlaten en daarbuiten hernieuwing te zoeken. Het is evident dat Marc Mulders zich historisch gesteund voelt in de stap die beide ‘inspiratoren’ vóór hem maakten door de stad in te ruilen voor de natuur.

Schilderen op glas
Door de jaren heen heeft Marc Mulders veel geschilderd op glas. Hij maakte een tiental monumentale ramen, o.a. in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, het Catharijneconvent in Utrecht en de Sint Janskathedraal in ’s-Hertogenbosch. Daarnaast ontstaan talloze grote en kleinere emailschilderingen op glazen schalen en glaspanelen. Indrukwekkend was de tentoonstelling Mapping out Paradise in Museum de Pont in Tilburg in 2008. De vloer van het museum werd over vele vierkante meters bedekt met glaspanelen en vanuit het dak hingen enorme vilten ‘voiles’ van Claudy Jongstra.

Dit voorjaar was Marc curator van zijn eigen tentoonstelling in Kunstcentrum Marres in Maastricht, waar twee grote ‘roosvensters’ veel opzien baarden. Inhoudelijk reageerde Mulders daarin op door hem gesignaleerde ontwikkelingen. In een combinatie van beschilderde glasschalen en tot ornament verknipte beelden uit magazines, geeft de kunstenaar zijn commentaar. Deze indrukwekkende glasinstallatie zal de achterzaal van Borzo grotendeels in beslag nemen.

Giotto, Perzië en Alhambra
Het schilderen met emailverf op glas stelt bijzondere eisen aan de kunstenaar, maar biedt hem eveneens nieuwe mogelijkheden. De schilder kan zich hier niet verliezen in al te realistische verbeelding van een onderwerp; de techniek staat dat nauwelijks toe. Daarentegen kan hij zich des te beter bedienen van een meer abstracte vormentaal, van ornamentiek. Veel steun heeft Mulders daarbij gehad van bestudering van Middeleeuwse miniatuur-schilderingen en fresco’s. Evenzeer ontdekt hij de Perzische miniatuur-kunst met zijn rijkdom aan ornamentiek, waarvan de Islamitische kunst zich zo uitzonderlijk heeft bediend. Ook verwijst hij naar de Moorse landschapsarchitectuur van bijvoorbeeld het Alhambra in Granada. 

De wonderlijke ruimteverdeling in de toch beperkte rechthoek bij de manuscripten in Perzische miniatuurschilderkunst, die verdeling van kamers, van tuinsegmenten, van ornamenten in de Koran, binnen een rechthoek, vindt in de westerse kunst alleen haar gelijke in de fresco’s van Giotto en in de miniaturen van Jean Duc de Berry.

Onder de titel Persian Garden verenigen zich in deze tentoonstelling de diverse expressiemiddelen van Marc Mulders. Figuratieve elementen als de bloem en het landschap heeft hij geabstraheerd onder invloed van al deze indrukken, argumenten en voorbeelden. Marc Mulders’ rijke en inhoudelijk veelzeggende beeldtaal biedt hij ons aan in de vorm van glaspanelen en schalen, knipselcollages en maskers en – uiteraard – een vijftal grote schilderijen.

Paul van Rosmalen, Amsterdam, september 2012