Bram Bogart, onafhankelijk schilder

Bram Bogart is een kunstenaar die eigenlijk nauwelijks introductie behoeft. Velen kennen hem als de schilder van de pasteuze schilderijen, rijke materiewerken, veelkleurig, bont.

Tot een half jaar voor zijn dood heeft hij gewerkt aan een indrukwekkend oeuvre. In zijn tweede vaderland België geniet hij een grote en degelijke reputatie. Van daaruit bouwde hij consistent verder aan zijn internationale reputatie.

Altijd gastvrij ontvingen hij en zijn vrouw Leni de talloze verzamelaars, museumdirecteuren en galeristen. Bij de voorbereidingen voor zijn grote overzichtstentoonstelling in het Cobra Museum in 2012 was hij nog wel betrokken; de opening ervan in september dat jaar heeft hij niet meer mogen meemaken. Hij overleed in zijn kasteelwoning in Kortenbos op 2 mei 2012.

Nooit heeft Bram Bogart zich aangesloten bij een kunstenaarsgroep, niet in zijn geboorteplaats Delft of in het nabije Den Haag. Ook niet in Parijs waar hij vanaf 1951 woonde in een voormalige leerlooierij in de Rue Santeuil, waar ook Cobra kunstenaars als Appel en Corneille woonden.

Bogart is altijd de onafhankelijke kunstenaar gebleven, weliswaar met een open blik naar de kunstwereld, maar zonder zich te conformeren aan kunstenaarsverenigingen, bewegingen of groepsidealen. Niettemin stond Bogart met beide benen in de kunstwereld, aanvankelijk in Delft en Den Haag en na de oorlog in Parijs, Rome en Brussel.


Bram Bogart en Jan Schoonhoven

In het naoorlogse Parijs bevond Bogart zich in het centrum van een weer ontluikende kunstscene. Kunstenaars uit alle landen kwamen in die jaren naar Parijs. Een van hen was Bogarts eveneens uit zijn geboortestad Delft komende vriend Jan Schoonhoven.

In het Parijse atelier zag Schoonhoven de pasteus opgezette doeken waarmee Bogart al vanaf het midden van de jaren vijftig brede internationale erkenning verwierf. In Nederland werd juist dit werk niet altijd goed begrepen. Bogarts materieschilderijen als ‘Rhytme Blanc’ (1954), een vrijwel monochroom doek met duidelijk Parijse invloeden van de art informel, was ver verwijderd van zowel geometrisch-abstracte tendensen als van Cobra. Voor kunstenaars die zich niet afficheerden met de kleurige lyriek van Cobra was Amsterdam – lees: het Stedelijk Museum van directeur Willem Sandberg – gedurende de vroege jaren vijftig een onneembaar bastion. Na de geruchtmakende Cobra-tentoonstelling van 1949 in het Amsterdamse Stedelijk Museum bleef de kleurige lyriek lange tijd favoriet én dominant in programmering en aankoopbeleid. Bram Bogart en Kees van Bohemen onderhielden ook na hun verhuizing naar Parijs contact met vrienden in Delft en Den Haag. Voor de thuisblijvers waren deze contacten van grote betekenis. Ze boden een venster op een ander cultureel klimaat – en de bevestiging dat er een leven was ná Cobra. Schoonhovens eerste, zich amper uit het vlak verheffende bas-reliëfs ontstonden in 1956, direct na terugkeer uit Parijs. Bogarts materieschilderijen waren van onmiskenbare invloed. (uit: Antoon Melissen, Jan Schoonhoven, Rotterdam 2015).

 
Bogart - reizen en een ontmoeting in Rome

Bogart reisde veel in de vijftiger jaren en nam deel aan tentoonstellingen in o.a. Londen, Parijs, Amsterdam, Wenen, Rome, diverse steden in Duitsland en in Zweden. Op tentoonstellingen in Frankfurt en Parijs maakte hij voor het eerst kennis met de jonge Amerikaanse schilderkunst. In 1959, tijdens een tweejarig verblijf in Rome ontmoette Bogart daar ook zijn landgenoot Willem de Kooning. Deze verbleef in de winter van ‘59/60 vier maanden in Rome en de kunstenaars kwamen elkaar regelmatig tegen in café Rosati. De Kooning werkte er vooral aan werken op papier, collages ook met krachtige composities in zwarte emaille-verf. Bogart exposeerde er bij zijn galerie L’Attico.


Bogart en het monochrome schilderij

Thema van deze expositie is het monochrome werk van Bram Bogart. Hoezeer Bogart bij het grote publiek ook bekend is als de schilder van het grote, meeslepende en vaak veelkleurige schilderij, voor mij behoren zijn monochrome werken tot de beste die ik ken.

Het maken van een schilderij in één kleur, hetzij wit, zwart of bruin gaf mij al in die tijd een vorm van rust in verhouding tot de andere schilderijen. (interview met W. van den Bussche in ‘Bram Bogart Retrospectief’, Oostende 1995).

De schilderijen in deze tentoonstelling zijn voor een belangrijk deel afkomstig uit het atelier en de collectie van de kunstenaar en zorgvuldig geselecteerd in samenwerking met Bogarts echtgenote Leni en zijn zoon Bram. Beiden ben ik heel dankbaar voor de steeds gastvrije ontvangst bij de diverse bezoeken aan Kortenbos.

Paul van Rosmalen
September 2016

bogart tate

Bram Bogart, 'White Plane white' , 1974

Dit grote werk van Bram Bogart is op dit moment te zien in de vaste opstelling van Tate Modern in Londen.