Een beeld als voor een theaterdecor. Ayn Rand’s The Fountainhead zou er zich kunnen afspelen: architectuur met beschilderde panelen, quasi slordig en als bij toeval geplaatst. Het is een beeld dat “zwaar op de aarde staat”, zegt Auke de Vries er zelf over. “Je moet het plaatsen op een tafel met schragen en er omheen kunnen lopen”. Het is een stoer beeld, door Auke de Vries ontworpen en uitgevoerd in 3 mm dik plaatstaal, gelast en vervolgens beschilderd. En inderdaad, er omheen lopend dienen zich beelden aan van theatrale schoonheid, van heldere architectuur én poëtische schilderkunst. Zo roept de achterzijde van dit sculptuur bij mij associaties op met een stilleven van Morandi: de vlakverdeling, het kleurenpallet! Omdat De Vries wil benadrukken dat het hier niettemin om een abstract, non-figuratief beeld gaat, blijft het naamloos: “Untitled”.

“Untitled” is een recent sculptuur van De Vries, hoewel hij een kleine schets ervoor al in 2012 maakte in gesoldeerd en gepolychromeerd blik (zie pagina 462 in de 2012 NAI monografie van Auke de Vries). Deze werkwijze toont aan dat de beelden van De Vries allerminst spontane expressies zijn van speelse constructies, maar bepaald weldoordachte abstracte composities, waar meestal nauwkeurig getekende schetsen aan voorafgaan.

Door heel Europa heeft Auke de Vries grote, monumentale opdrachten uitgevoerd, in Wiesbaden bijvoorbeeld, waar hij tevens in het museum heeft geëxposeerd. In dat museum werd Auke geconfronteerd met één van de meest belangrijke collecties van de Duitse expressionist Alexej von Jawlensky en met name stond hij oog in oog met diens serie ‘Abstrakte Köpfe’. In het beeld “Von J” – in de Borzo tentoonstelling – refereert De Vries nadrukkelijk naar één van die “Köpfe” uit Wiesbaden. Alle kunstdisciplines lijken in de sculpturen van Auke de Vries logisch bij elkaar te komen.

In 2017 presenteerde Museum Beelden aan Zee een overzichtstentoonstelling van het werk van Auke de Vries, als eerste van een trilogie over drie grote Nederlandse naoorlogse, non-figuratieve beeldhouwers. (André Volten in 2018 en Carel Visser volgt in 2019). De laatste tentoonstelling van Auke de Vries bij Borzo was in 2007: “Tekens in de Lucht”, meestal fragiele constructies van dunne metaalplaat en ijzeren draden, soms vrij hangend in de ruimte. Ook in de huidige tentoonstelling zijn er hangende sculpturen, maar ze zijn robuuster, als architectuur. Een enkel sculptuur ook aan de wand (“Von J”) als verbinding met de schilderkunst, of wellicht zelfs als een  verwijzing naar literatuur en theater, “zwaar op de aarde staand”.

Amsterdam, september 2018
Paul van Rosmalen