ik ben altijd nog een zero kunstenaar, vertelt herman de vries in ons gesprek, wanneer we hem weer eens bezoeken in zijn huis en atelier in het duitse frankenland. begin jaren zestig staat herman de vries mede aan de basis van deze beweging, die is ontstaan uit de behoefte van groepen kunstenaars om de kunst opnieuw op te starten, te beginnen bij nul...

afstand nemen van de in hun visie doodlopende weg van het schilderij, de verf, de kleur en de emotie, zoals die in het naoorlogse europa hoogtij vieren. herman de vries heeft die ‘missie’ altijd vrij letterlijk genomen. een van zijn filosofische standpunten is dan ook om zijn rol als kunstenaar zo klein mogelijk te laten zijn en daarbij zo veel mogelijk de ratio uit te schakelen.

de witte sculpturen en reliëfs uit de jaren zestig en zeventig zijn niet gecomponeerd vanuit een persoonlijk idee of emotie, maar ontstaan door toeval, ‘at random’. de compositie van een reliëf, tekening of collage wordt bepaald door een willekeurige cijferreeks of door de zwaartekracht die de blokjes, staafjes of boombladeren hun plaats toewijst op een paneel of het papier.

vanaf de jaren zeventig speelt de natuur de beslissende rol in het artistieke leven van de vries. immers, opgeleid als botanicus en inmiddels wonend in duitsland aan de rand van het grote steigerwald, ligt de natuur letterlijk aan zijn voeten en voor het oprapen. vanuit hetzelfde ‘at random’ principe van de toevallige ordening ontstaan sindsdien werken waarbij zijn rol als kunstenaar beperkt blijft tot waarnemen, vinden, verzamelen, ordenen en documenteren van alles wat in de natuur hem ten dienste staat. vallende bladeren, takjes, zaden, stenen, aarde en ‘objets trouvés’ liggen voor de kunstenaar voor het oprapen of worden hem - soms letterlijk - aangeboden. ambachtelijkheid blijft beperkt tot ordening, fixering en documentatie. dát ziet de vries in filosofische zin als zijn maximale rol als kunstenaar. ieder object dat hem door de natuur wordt aangereikt heeft evenveel waarde en wordt in de handen van deze kunstenaar kunst. evengoed kunnen dat zijn een paar zorgvuldig uitgezochte stenen, een versleten stuk touw van de vaporetto of een gevonden smeedijzeren band. er is geen onderscheid in waarde, geen hiërarchie (daaruit vloeit ook zijn wens voort om zelfs in zijn naam het gebruik van kapitalen te vermijden).

tekenen doet herman de vries al zijn hele leven, die ambachtelijkheid is gebleven, weliswaar binnen de kaders van zijn specifieke kunstenaarschap. het liefst teken ik ’s avonds, wanneer ik moe ben. op zo’n moment kan de vries zijn hoofd het beste leeg laten zijn, zodat ratio of een planmatig handelen door vermoeidheid wordt bemoeilijkt en daardoor gemeden. de eindeloze herhaling van een zelfde patroon, van een enkel woord of woordenreeks (een echt zero/nul uitgangspunt!) is dan een soort zen-handeling, quasi automatisch uitgevoerd door zijn hand, het denken uitgeschakeld. nog strenger in zijn oeuvre - en gebruik makend van hetgeen de natuur hem biedt - vormen zijn houtskooltekeningen.

het stuk hout heeft hij al lang gespot tijdens zijn tochten door het steigerwald maar blijft liggen tot het moment dat hij de tijd rijp acht het op te rapen en mee te nemen naar huis. vervolgens verbrandt hij het en wordt hout tot houtskool en als zodanig tot instrument om mee te tekenen, ’s avonds, vermoeid en met slechts zijn hand als autonoom werktuig dat de tekening doet ontstaan. in slechts één of enkele snelle, impulsieve en forse bewegingen: from real nature till natural reality, the cycle is complete.   

ultimate free.

Paul van Rosmalen
oktober 2018