Jaap Wagemaker

1906 - 1972

Werk

Witte kruisvorm

1968 140 x 110 cm Gemengde techniek op board

Oker met zwart

1965 35 x 30 cm Gemengde techniek op board

Dogon muur

1964 150 x 130 cm Gemengde techniek op board

Blanc élaboré

1959 130 x 112.5 cm Gemengde techniek op jute en board

Biografie van Jaap Wagemaker

Jaap Wagemaker is Nederlands belangrijkste representant van de in de jaren vijftig en zestig internationale stroming die we kennen als informele kunst en meer in het bijzonder op haar technische uitdrukkingsvorm: ‘materieschilderkunst’. De oorsprong van deze beweging ligt in de kunstzinnige ontwikkelingen in Parijs na 1945. Daar ontstaat een vrije kunst, een lyrische abstractie die nadrukkelijk breekt met het vooroorlogse realisme. In Nederland behoort de CoBrA groep tot deze stroming van lyrisch-abstract schilderende kunstenaars.

In de jaren vijftig ontstaat vanuit deze vrije en vaak kleurige abstractie een sub-stroming die bekend staat als ‘informele kunst’. Min of meer herkenbare figuratieve vormen en elementen verdwijnen uit het schilderij en het materiaal, de materie, wordt een belangrijk expressiemiddel voor een klein aantal gelijkgestemde kunstenaars in Europa zoals Alberto Burri in Italië, Antonio Tapiès in Spanje, Emil Schuhmacher en Karl-Fred Dahmen in Duitsland, Jean Fautrier en Jean Dubuffet in Frankrijk en Wim de Haan, Bram Bogart en Jaap Wagemaker in Nederland.

Op jeugdige leeftijd bezoekt Wagemaker in zijn geboortestad Haarlem de ‘Kunstnijverheidsschool’ in het vooruitzicht als decorateur werkzaam te zijn. Niettemin besluit hij kunstschilder te worden, zeker nadat hij als jongeman in de jaren twintig en dertig meerdere malen Parijs bezoekt. Hij voelt zich aangetrokken tot het expressionisme van Constant Permeke en Herman Kruyder, met zijn heftige vormen en aardse kleuren. Na de oorlog ontwikkelt hij zich verder en een korte tijd is het kleurige idioom van CoBrA herkenbaar in zijn schilderijen. Hij verblijft enige tijd in Parijs in de ateliers aan de Rue Santeuil, waar ook zijn landgenoten Karel Appel, Corneille en Bram Bogart wonen.

Wagemaker’s eerste experimenten met een vrijer, een robuuster materiaalgebruik dateren uit 1956, waarna hij zijn reputatie al snel vestigt als ‘materieschilder’. Met name in Duitsland rijst zijn ster en exposeert Jaap Wagemaker in belangrijke galeries. Museum Boymans van Beuningen in Rotterdam koopt in 1956 een eerste werk aan en in 1957 exposeert hij voor het eerst in het Stedelijk Museum Amsterdam. In Nederland was vooral de Rotterdamse galerist Hans Sonnenberg een belangrijk ambassadeur voor Wagemaker. Met zijn voortreffelijk oog voor nieuwe en internationale ontwikkelingen is het Hans Sonnenberg geweest die in 1959 in de Rotterdamse Kunstkring de Italiaanse kunstenaar Manzoni presenteert en diens revolutionaire werk samenbrengt met dat van o.a. Jan Schoonhoven en Jaap Wagemaker.

In 1960 is Jaap Wagemaker prijswinnaar van de destijds beroemde Italiaanse ‘Premio Marzotto’. Deze prijs en tentoonstelling heeft bijzonder bijgedragen aan zijn internationale reputatie. In 1961 neemt Wagemaker deel aan de tentoonstelling ‘The Art of Assemblage’ in het Museum of Modern Art van New York. Het MoMA koopt daarbij tevens een werk aan. In Nederland wordt hem in 1962 de prestigieuze Talens Prijs toegekend. Belangrijke Nederlandse en Buitenlandse musea kopen zijn werk aan. In 1962 neemt Wagemaker deel aan de Biënnale van Venetië. In 1965 ontvangt hij van de "Association internationale des critiques d'art" de Prix de la Critique en in 1966 de eerste Staatsprijs voor Beeldende, Kunsten en Architectuur.

Als enthousiast verzamelaar van etnografica, maar ook als reiziger en fotograaf maakt Jaap Wagemaker meerdere reizen naar Noord-Afrika en het Nabije Oosten. De indrukken van die reizen en de inspiratie door zijn collectie etnografica verwerkt hij nadrukkelijk en zichtbaar in zijn materieschilderijen en assemblages. 

Jaap Wagemaker overlijdt vroegtijdig en onverwachts tijdens een heupoperatie in 1972.

“We cannot take anything away from the earth; we can only change its shape”. It is this statement by Albert Einstein, once quoted by Wagemaker during an interview, which to a great extend formed the core of Wagemakers’ artisthood. Sand, fibres, slate, ashes, bones, metals, wood. Jaap Wagemaker did not add anything to the earth, nor did he take anything away from it. He only changed its shape. 
(uit Jaap Wagemaker, schilder van het elementaire, Heijer, S. den & M. van der Knaap, Zwolle 1995, p. 250)