In zijn woonplaats Le Fousseret in Zuid-Frankrijk is op zondag 1 maart om 01.00 uur overleden

de kunstenaar Carel Visser
(Papendrecht 3 mei 1928 - Le Fousseret 1 maart 2015)

Een onconventionele beeldhouwer, staande op de schouders van zijn grote voorbeeld Brancusi, heeft Carel Visser zich altijd beziggehouden met vormen en materialen, álle materialen. Hij werkt met staal en glas, eieren en veren, wol en leer. Hij schuwt het experiment allerminst, maar is ook trouw aan klassieke waarden.

Evenals zijn vriend Baljeu, bouwt Carel Visser in de jaren ’50 en’60 voort op de principes van Mondriaan’s Nieuwe Beelding met robuuste ijzeren sculpturen in geometrische vormen. Juist in het naoorlogse Nederland, waar de beeldhouwkunst nog gedomineerd wordt door de figuratie van de beeldhouwlessen van Esser en Bronner aan de Rijksacademie, is de abstracte beeldtaal van Carel Visser een novum én een bijzondere prestatie van deze grote kunstenaar.

De periode ná 1945 was in Nederland voor veel beeldhouwers een ‘gouden’ tijd, een tijd van ongekende werkdrift en productie. Iedere stad, elk dorp behoefde een monument om de verschrikkingen van de oorlog en bezetting te herdenken en de herinnering eraan in steen te beitelen of in brons te gieten. Het was een bloeiperiode voor de beeldhouwklassen van de professoren Bronner en Esser van de Amsterdamse Rijksacademie. Ze leverde vaak machtige beelden en indrukwekkende monumenten op wanneer we denken aan de werken van Raedecker, Andriessen, Wezelaar, Van Pallandt, D’Hondt en vele anderen. Figuratief met een enorme expressie en zeggingskracht.

Toch waren er in die 50er jaren ook beeldhouwers voor wie die vanzelfsprekendheid van de figuratie in hun discipline niet langer bevredigend was. Zij refereerden liever aan hun grote voorgangers uit de eerste decennia van de 20e eeuw. Meesters als Brancusi, Arp en Lipchitz waren hun helden.

Carel Visser is één van die beeldhouwers voor wie de figuratie niet de voor de hand liggende uitkomst van de beeldhouwer is. Liever experimenteert hij met vormen en materialen, álle vormen en materialen. In zijn plakboeken vooral afbeeldingen van prehistorische steenformaties, de antieken, oude auto’s en de ateliers van Brancusi en Giacometti.

Carel Visser maakt al bijna zestig jaar beelden, reliëfs, tekeningen, collages en houtsneden. De eerste beelden van Visser dateren uit de jaren ’40: subtiele mens- en dierfiguren, gelast uit ijzer. In de jaren ’50 worden deze figuren vervangen door robuuste composities van geometrische vormen, samengesteld uit ijzeren platen en balken. Visser onderzoekt de werking van principes als herhaling, spiegeling, kanteling en stapeling.

Op dinsdag 17 februari 2015 opende in The Mayor Gallery in Londen de tentoonstelling "Carel Visser - Counterbalance" (Deze tentoonstelling reist in Mei door naar Borzo Amsterdam).

De opening werd bijgewoond door enkele van zijn Britse vrienden, waaronder Nicholas Serota en Clive Adams.

Zelf kon hij er helaas niet bij zijn, maar Carel's zoon Harm heeft hem op zijn ziekbed nog alles verteld van deze Londense vernissage en de grote belangstelling.

Harm: "Carel was zeer gelukkig en trots" !