http://www.youtube.com/watch?v=RV4WbY9fWK8

Openingswoord bij expo Koen Vermeule, Amsterdam 9 april 2011

In zijn schitterende brieven ontwikkelde Vincent van Gogh tussen alle beschrijvingen door van landschappen, ideeën, boeken, arbeiders, zijn vader, zijn broer en zijn schulden ook een kunsttheorie. Hij was altijd op zoek naar wat hij de 'kern' en 'de ziel' van de schilders noemde. Hij vond werk bijvoorbeeld goed wanneer het 'natuurlijk' was.
Is Vermeule's werk 'natuurlijk'? Van Gogh bedoelde met dit begrip dat schilders de natuur niet moesten verfraaien, dat deden de academische schilders, maar haar weergeven zoals die was. Ook Vermeule verfraait de natuur, de werkelijkheid, niet, hij intensiveert haar juist of maakt er een keer op keer terugkerende droom van.
Zijn werk is ook 'natuurlijk' in een andere betekenis. Steeds als ik iets van hem zie denk ik: 'natuurlijk', ik bedoel, ja natuurlijk, denk ik. Natuurlijk is het zo! Vermeule wist het natuurlijk. Dat ik dat nog niet wist!
Soms is Van Gogh bijzonder geestig. In een onverbloemde brief aan collega Bernard van 5 augustus 1888 legt hij duidelijk een ironisch verband tussen schilderkunst en 'neuken' en een 'stijve' krijgen. Je kunt volgens hem beter niet teveel naar de hoeren gaan, want dat betekent dat alle 'creatieve sappen' wegstromen naar 'waar de beroepspooiers en de eenvoudige, weldoorvoede klanten harder dan wijzelf werken aan de bevrediging van de geslachtsorganen van de geregistreerde hoer in dit geval'. Het gaat erom, schrijft hij gekscherend maar wel degelijk met een ernstige ondertoon, een stijve in je werk te creëren, niet daarbuiten: 'Cézanne is juist een man die burgerlijk is getrouwd, zoals de oude Hollanders. Als hij een stijve heeft in zijn werk, dan komt dat omdat hij niet te zeer is aangetast door het losbandig leven.' Zie het schitterende werk in deze galerie.
Een goed schilderij moet volgens mij aan twee criteria voldoen. Ten eerste moet er een sterke mate aan obsessionaliteit in te zien zijn, die ik steeds denk te kunnen doorgronden maar die zich vervolgens altijd weer aan me onttrekt. De obsessie moet zich keer op keer van me afsluiten. Zich vertalen naar het gegons in mijn eigen hoofd, naar mijn eigen obsessie die zich maar niet kenbaar wil maken. Waar haalt Vermeule zijn stilte vandaan? Waar zijn geheimen? Waar die onschuldige jongens en meisjes? Die blikken? Wat onthult hij? Wat denkt hij verdomme eigenlijk wel?
Ten tweede moet een schilderij, welk kunstwerk dan ook, mogelijkheden scheppen. Niet iets afsluiten maar iets openen. Mogelijkheden van andere kunst. Ik moet het gevoel krijgen dat iemand een raam openzet waardoor ik naar buiten kan kijken, dat ik eindelijk opnieuw kan ademhalen. Dat het niet erg is wanneer ook ik een mogelijkheid schep. Ik moet van een schilderij, van welke kunst dan ook, het gevoel krijgen dat ik zelf zo snel mogelijk aan de slag moet gaan. Dat doet Vermeule's werk. Dat is het krachtige ervan. Het opent nieuwe mogelijkheden, nieuwe kansen op schoonheid. Wat doe ik hier nog, zo snel mogelijk aan de slag, vandaag nog. NU!

Kees 't Hart

opening_expo_koen_vermeule