Het is bepaald een interessante uitdaging om na enkele dagen Toscane – en in het bijzonder wanneer te hebben gewandeld in de voetsporen van Piero della Francesca in Arezzo, Sansepolcro en Monterchi – de Biënnale van Venetië te bezoeken.

De eerste dag in Venetië begint met een bezoek aan de Giardini en een aantal van de landenpaviljoens. De eerst bezochte paviljoens, Spanje, België en Nederland maken helaas geen grote indruk op ons. De Nederlandse inzending, Cinema Olanda van Wendelien van Oldenborgh zie ik eerder als documentair verslag van een maatschappelijke kwestie dan een project van kunsthistorische betekenis.

Ik had ergens gelezen dat het Finse paviljoen zeer de moeite waard is. Het ligt tegenover het Nederlandse. Binnen is een soort futuristische animatiefilm te zien. Zelf heb ik deze Finse presentatie niet af kunnen zien; bij het tweede bloederig uitgestoken oog in de film was de artistieke maat bij mij meer dan vol en heb ik de ruimte verlaten…. (u bent gewaarschuwd!)

Een aantal paviljoens - niet allemaal - hebben we deze eerste dag bezocht. Helaas slechts heel weinige hebben een onuitwisbare indruk achtergelaten. Veel site specific installatiekunst waarvan na afloop van de Biënnale vermoedelijk slechts de herinnering eraan overblijft (hopen we dan maar…).

Wel erg genoten in het Zwitserse paviljoen van een zeer persoonlijke en kunstzinnige documentaire uit het leven van Giacometti.

Het grote internationale paviljoen is dit jaar samengesteld door de Biënnale curator Christine Macel, in het dagelijks leven conservator van het Parijse Centre Pompidou. Onder de pakkende en veelbelovende titel Viva Arte Viva presenteert Macel haar visie op de mondiale hedendaagse kunst. En wanneer je eenmaal hebt gelezen hoe zij deze heeft ingedeeld, is die ook redelijk goed te volgen, zij het dat haar concept in het Arsenale beter tot uitdrukking komt dan in het internationale paviljoen. Macel belicht de kunst vooral gezien vanuit het stand- en gezichtspunt van de kunstenaar: zijn/haar atelier, omgeving, slaapkamer, de boeken etc.

Zoals tijdens iedere Biënnale is er verspreid door de stad veel te zien in het side program, de eventi collaterali.

En juist dáár bevindt zich voor ons het hoogtepunt van die dag. Op het eiland San Giorgio twee prachtige presentaties van door ons zeer bewonderde kunstenaars: Michelangelo Pistoletto en Robert Rauschenberg. Inmiddels zeer gevestigde en gelouterde kunstenaars, maar in hun begintijd – eind jaren ’50, begin ’60 – evenzeer experimenteel en onderzoekend als de huidige jonge generatie kunstenaars in het hoofdprogramma. Of was hun onderzoek destijds wellicht toch iets degelijker onderbouwd dan een aantal van hun jongste collega’s?

(De Rauschenberg tentoonstelling kun je - zeker aan het einde van de dag - prima afsluiten met een voortreffelijke filmdocumentaire vanaf zalige, comfortabele banken).

Voor de tweede dag staat als hoofdgerecht het Arsenale op het menu. De entree ervan, meestal zeer indrukwekkend vormgegeven, is deze keer heel bescheiden. En misschien is dat ook wel de totaalindruk van het vervolg van de lange wandeling door die indrukwekkende loodsen. Curator Christine Macel heeft de grote, lange ruimte onderverdeeld in compartimenten, die vrij geruisloos in elkaar overgaan, weliswaar met verhelderende zaalteksten. Zo volg je de weg van het Pavillion of the Common, naar het Pavillion of the Earth, the Traditions, the Shamans, the Dionysion, the Colors en tenslotte the Pavillion of Time and Infinity. Het is een - qua opzet - bescheiden, weliswaar sympathieke presentatie van meest jonge, van over de hele wereld afkomstige kunstenaars, zonder bijzondere hoogtepunten of indrukwekkende ‘kaskrakers’.  Iedere generatie kunstenaars heeft uiteraard recht op haar eigen verbeelding, maar er lijkt niets nieuws onder de zon met de kwesties van armoede, rijkdom, oorlog en vrede. Nogal wat filosofie van de ‘koude grond’, die - in mijn herinnering - niet veel verschilt van diezelfde aan de orde gestelde problematiek en gedachtegang van kunstenaars uit eerdere Biënnale presentaties van twee, vier, zes, acht en meer jaren geleden. Niettemin een heel prettige wandeling langs het werk van deze wereldwijde generatie voornamelijk jonge kunstenaars. Het zou aardig - en terecht - geweest zijn als er ergens ook nog iets Nederlands te zien was geweest, hoewel toch één: Bas-Jan Ader (maar die is al van zeker twee generaties geleden) in de haventoren helemaal achteraan op het terrein.

Aan het einde van de middag is er nog tijd voor een ‘collaterali’. Even getwijfeld, maar uiteindelijk toch gekozen voor het spraakmakende nieuwe Damien Hirst spektakel op de twee Pinault locaties: Punta della Dogana en Palazzo Grassi. In beide wordt de tentoonstelling “Treasures from the Wreck of the Unbelievable” gepresenteerd.

Het is een met heel veel geld in elkaar gezette fantasiewereld, die mij eerder doet denken aan een verzameling filmrekwisieten voor Pirates of the Caribbean - hoewel associatie met Efteling en Disney ook voortdurend voorbijkwam - dan aan de tot nu toe voor mij gangbare definitie van Kunst. Voor € 18,- krijg je een waanzinnige super nep onderwaterwereld voorgeschoteld met veel klatergoud, die qua smaak zich het best laat vergelijken met de immer aanwezige glamour, glossy & glitter van de nabij aangemeerde superjachten. Je moet ervan houden, zullen we maar zeggen.

Toch nog maar even de vaporetto genomen naar deel twee van dit wonderlijke fenomeen in het prachtige Palazzo Grassi. Daar word je bij binnenkomst in de centrale hal direct al overweldigd door een waanzinnig groot bronzen beeld, waarvan je je afvraagt hoe ze dat hebben binnengekregen, totdat je voorzichtig even met je vinger tikt op het basement en constateert dat het bordkarton of kunststof is: hol… (in velerlei opzicht!)  De rondgang door het palazzo langs de talloze artefacten in vitrines hebben we halverwege maar afgebroken; we hadden het gezien.

Op de vaporetto even tijd voor reflectie en terugblik op - slechts -twee dagen Venetië en Biënnale. Deze 57e aflevering van de 2017 Biënnale is voor mij een bescheiden Biënnale gebleken, een biënnale zonder echte hoogtepunten en zonder indrukwekkende en blijvend in de herinnering gebeitelde presentaties. Niettemin blijft het een soort ijkpunt voor de stand van zaken in de hedendaagse kunstwereld. Het meest hebben we nog wel genoten van Pistoletto en Rauschenberg op San Giorgio in het collaterali-programma.

De glitterwereld van Damien Hirst laten we graag in Venetië achter en in alle opzichten wint dan de herinnering - een paar dagen hiervoor - aan dat dorpszaaltje in Monterchi met die bescheiden, maar o zo fabuleuze, grootse en indrukwekkende fresco-schildering van de Madonna del Parto door Piero della Francesca.

Dat beeld staat wél blijvend in onze herinnering gebeiteld!

Paul van Rosmalen, 1 augustus 2017
(Met dank aan Henk Peijnenburg voor de Monterchi-tip)